›› Box 3
Wat wel en wat niet?
- De fiscus kijkt dit jaar extra streng naar uw aangifte in box 3, oftewel uw spaargeld, aandelen en tweede huis. We vertellen u waar u allemaal op moet letten.
De fiscus gaat er vanuit dat u over uw vermogen een rendement maakt van 4%. Of u in het echt een hoger of juist lager rendement maakt, wat met de huidige spaarrentes geenszins denkbeeldig is, maakt de belastingdienst niet uit, zij blijven rekenen met die 4%. Over dit fictieve rendement moet u 30% belasting betalen, wat dus in totaal neerkomt op 1,2% van uw totale vermogen.
Wat beschouwt de fiscus als uw vermogen in box 3?
• het saldo van uw betaal- en spaarrekeningen (ook in het buitenland)
• een tweede huis (ook in het buitenland)
• aandelen, obligaties en andere beleggingen (geen aandelen in een eigen bedrijf)
• een kapitaalverzekering (niet horende bij uw hypotheek, die valt in box 1)
• contant geld dat u op zak heeft
• vorderingen die u nergens anders op kunt geven (denk aan geld dat u aan een familielid heeft uitgeleend)
• een verhuurde woning
• een garage die niet direct naast uw eigen huis ligt
• kunstwerken die u louter aankoopt als een belegging
Wat hoeft u niet op te geven bij box 3?
• kunstwerken (deze zijn vrijgesteld, tenzij u ze koopt als belegging en in een kluis opbergt)
• roerende zaken voor eigen gebruik, zoals uw auto of de inboedel van uw woning
• het gespaarde bedrag van de levensloopregeling • uw eigen woning (deze valt in box 1)
• uw ondernemingsvermogen
• vermogen dat u ter beschikking stelde aan uw fiscale partner of minderjarig kind dat dit gebruikte in zijn onderneming (de inkomsten van dit vermogen vallen in box 1)
• aandelen, indien u minimaal 5% van de totale aandelen van een bv of nv bezit (deze vallen in box 2)
• landgoederen, bossen en natuurterreinen
Nu wordt niet uw hele spaargeld belast: iedereen heeft een vrijstelling in box 3 van €20.014. Het vermogen boven dit bedrag wordt belast. Heeft u een fiscale partner? Dan is de vrijstelling overdraagbaar. Als u bijvoorbeeld €40.000 op uw spaarrekening heeft, en uw partner heeft slecht een paar honderd euro, dan hoeft u geen belasting te betalen in box 3 - u blijft dan immers onder de gezamenlijke grens van €40.028. Uw partner moet over zijn spaargeld dan wél belasting betalen. Van uw vermogen in box 3 mag u de schulden aftrekken. Dit zijn onder meer de schulden voor een auto of een vakantie, maar ook de schulden voor een tweede woning en schulden volgens de Wet studiefinanciering.
Let op : er een geldt een drempel van €2.800. Als u heel 2007 een fiscale partner had, kunt u beiden verzoeken om een drempel van € 5.600 voor u en uw fiscale partner samen. U mag dit bedrag onderling verdelen.
Wanneer u daar niet om verzoekt, geldt een schuldendrempel van €5.600 per persoon! Kinderen Als u minderjarige kinderen hebt, wordt uw heffingsvrije vermogen verhoogd met €2.674 per minderjarig kind. Als u heel 2007 een fiscale partner had, heeft in principe de oudste fiscale partner recht op de toeslag. De oudste fiscale partner mag de toeslag ook overdragen aan de ander. U moet hier dan wel gezamenlijk om verzoeken.
Let op: het vermogen (minus de schulden) van uw minderjarige kinderen tellen óók mee voor uw vermogen in uw box 3. Berekenen waarde tweede woning Als u een tweede woning in Nederland had en die woning in 2007 30% of meer van de tijd tot uw beschikking had, geef dan de WOZ-waarde met als peildatum 1 januari 2005 aan. Had u de woning voor minder dan 30% van de tijd tot uw beschikking (bijvoorbeeld door verhuur), of is het een woning in het buitenland, dan geldt de waarde in het economische verkeer aan. Geef de waarde ervan aan op de peildatums.
Bron: diverse bronnen op Internet gebruikt
Meer weten?
Gesponsorde links: